Cover Wendingen, Mendes da Costa, ©www.amsterdamse-school.nl

Lezing over de Amsterdamse School

Sociaal geograaf Ton Heijdra geeft op aanvraag lezingen over de Amsterdamse School. Deze kunst- en architectuurstroming heeft zijn basis in Amsterdam maar is verspreid over heel Nederland.

De architecten en kunstenaars van de Amsterdamse School hebben Nederland in het begin van de twintigste eeuw op een geweldige manier verfraaid. Amsterdam stond zelfs bekend als 'het mekka der volkshuisvesting'. De Amsterdamse School is een antwoord op de speculatiebouw als gevolg van de industriële revolutie in de 19e eeuw. De architecten en kunstenaars wilden goede en mooie woningen. Daarbij werden ze gesteund door een idealistische gemeentebestuur en woningbouwcorporaties die de woonomstandigheden van de arbeiders wilden verbeteren. Er moest afscheid genomen worden van de krotten en daarvoor waren nieuwe wijken nodig. De woningen die gebouwd werden, waren van veel betere kwaliteit en bijzonder vormgegeven. Er werd lovend over gesproken en men noemde ze 'arbeiderspaleizen'.

Tijdschrift Wendingen

De Amsterdamse School-architecten vonden dat gebouwen qua architectuur ware kunstwerken moesten zijn. Bakstenen en dakpannen waren bij hen meer dan bouwelementen, ze waren ook een middel om nieuwe vormen te creëren. De architecten gebruikten voor hun creaties een keur aan materialen. Naast de traditionele bakstenen werd ook veel hout, siersmeedwerk, glas in lood en beeldhouwwerk toegepast.

De Amsterdamse School is een expressionistische beweging. In de schilderkunst hadden ze de uitbundige kleurrijke stijl van Vincent van Gogh als voorbeeld en in de Nederlandse literatuur werden ze beïnvloed door de beweging van de Tachtigers, die pleitten voor schoonheid en individualisme. Het bindende element van de beweging was het tijdschrift Wendingen, waarin de werken van de Amsterdamse School-architecten werden gepresenteerd en aandacht werd besteed aan inspiratiebronnen, zoals schelpen en kristallen.

De architecten van de Amsterdamse School hadden veel oog voor het detail. Er werd vaak gebruik gemaakt van organische vormen en natuurlijke materialen. Behalve gebouwen ontwierpen de architecten ook meubels, textiel, glaswerk en boekomslagen. Zelfs bruggen en straatmeubilair, zoals girobussen en tijdschriftenkiosken, werden door de architecten en kunstenaars van de Amsterdamse School ontworpen.

De invloed van de Amsterdamse School strekt zich tot ver buiten Amsterdam uit. In bijna elke plaats in Nederland, maar zelfs in Indonesië staan gebouwen in de stijl van de Amsterdamse School. Ook heeft de Amsterdamse School veel buitenlandse architecten beïnvloed. Op het hoogtepunt van de internationale kunststroming Art Deco, de wereldtentoonstelling ‘L'Exposition Internationale des Arts Décoratifs et Industriels Modernes’ van 1925 in Parijs was de Amsterdamse School goed vertegenwoordigd. Floor Wibaut die in 1914 in Amsterdam wethouder werd, is een belangrijke steunpilaar voor de Amsterdamse School geweest, evenals zijn zwager Arie Keppler, die in 1915 directeur van de Amsterdamse Gemeentelijke Woningdienst werd. Keppler heeft de bouw van de Amsterdamse School-architecten ooit verdedigd met de uitspraak: “Schoonheid is een vreugde voor de eeuwen”. Hij heeft gelijk gekregen. Tegenwoordig komen de hoogtepunten van de Amsterdamse School in bijna elk architectuurboek voor en jaarlijks komen er veel toeristen naar kijken.

Ton Heijdra heeft meerdere boeken over de geschiedenis van Amsterdamse woonbuurten geschreven. In zijn lezing gaat hij met veel lichtbeelden in op de achtergronden van de Amsterdamse School.