In de Torenzaal van het museum is een kleine expositie over Wibaut en de Spaardammerbuurt te zien tot februari 2018.

Wethouder Wibaut heeft een belangrijke invloed gehad op de ontwikkeling van de stad Amsterdam. In 1914 werd hij wethouder en begon hij met de Woningwet van 1901 in de hand de volkswoningbouw te stimuleren. Dit gebeurde in een moeilijke tijd, want de eerste Wereldoorlog was net uitgebroken.

Voor hem was het belangrijk dat arbeiders in goede maar ook mooie woningen woonden. Daarom steunden hij bevlogen architecten en woningcorporaties die ‘paleizen voor de arbeiders’ wilden bouwen. Hij was met name enthousiast over het werk van Michel de Klerk die hij de 'Rembrandt onder de architecten' noemde. Michel de Klerk liet zien dat een bouwwerk voor de arbeider ook een kunstwerk kon worden.

Niet alleen Michel de Klerk heeft woningen in de Spaarndammerbuurt ontworpen, ook andere architecten hebben hun sporen in de buurt achtergelaten. Museum Het Schip mag dan het absolute hoogtepunt van de Nederlandse volkshuisvesting zijn, maar ook andere complexen schitteren in schoonheid. Het Zaanhof van Herman Walenkamp is bijvoorbeeld een ware oase van rust en staat aan de basis van de tuindorpen. Daarnaast is er het onlangs gerestaureerde Zaandammerplein dat onderdeel vormde van het 3500-woningen plan van Wibaut. Dit complex is ontworpen door de architect K.P.C. de Bazel en was speciaal bedoeld voor de allerarmste arbeiders.

De tentoonstelling toont de rol van Wibaut in de Spaarndammerbuurt. Hier realiseerde de Gemeente Amsterdam onder zijn leiding woningbouw voor de arbeiders! De Sociaal democratische Arbeiders partij (SDAP) ging niet voor niets de geschiedenis in met de verkiezingsleus: Wie bouwt? Wibaut!


In de tentoonstelling is ook aandacht voor Arie Keppler, zijn zwager en directeur van de Gemeentelijke Woningdienst. Ook tref je er boeken aan die vooral in het buitenland over Michel de Klerk en Het Schip zijn verschenen.